- Wat doet de Woo?
- Welke instanties krijgen te maken met de Woo?
- Wat is er anders?
- Wie houdt toezicht?
- Wie kan een Woo-verzoek indienen?
- Hoe dien je een Woo-verzoek in?
1. Wat doet de Woo?
De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op toegang tot informatie van de overheid. Per 1 mei 2022 vervangt de Woo de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet is een belangrijke stap naar een transparantere overheid. Daarbij is het uitgangspunt dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij er een reden is waarom dat niet kan.
2. Welke instanties krijgen te maken met de Woo?
De Woo is van toepassing op bestuursorganen, de Tweede en Eerste Kamer en verenigde vergadering, de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden, de Raad van State (met uitzondering van de Afdeling bestuursrechtspraak), de Algemene rekenkamer en de Nationale ombudsman. De Woo is ook van toepassing op een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Bijvoorbeeld een wetenschappelijk instituut van een universiteit of een door een bestuursorgaan ingestelde commissie.
De Woo is niet van toepassing op een bestuursorgaan van Caribisch Nederland. Denk aan de eilandsraad, het bestuurscollege, de gezaghebber en de Rijksvertegenwoordiger. Voor hen geldt de Wet openbaarheid van bestuur BES. De Woo is wel van toepassing op de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN). Dit is namelijk een organisatieonderdeel van het ministerie van BZK.
3. Wat is er anders?
De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De belangrijkste verschillen met de Wob:
- De Woo wijst categorieën informatie aan die gefaseerd actief openbaar gemaakt worden.
- Persoonlijke beleidsopvattingen worden vaker openbaar.
- De termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek blijft 4 weken, maar kan bij een omvangrijk of complex verzoek met maximaal 2 weken worden verlengd (in plaats van 4 weken onder de Wob).
- Het niet openbaar maken van informatie ouder dan 5 jaar vraagt een zwaardere motivering.
Andere verschillen zijn:
- dat de Woo bepaalt dat ieder bestuursorgaan minimaal 1 contactpersoon aanwijst die vragen kan beantwoorden over beschikbare informatie;
- dat er een Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding in het leven is geroepen;
- dat bestuursorganen werk maken van hun (digitale) informatiehuishouding.
4. Wie houdt toezicht?
Het Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding (ACOI). Dit onafhankelijke adviescollege adviseert onder andere over de uitvoering van de regels voor het openbaar maken van publieke informatie. Verder kunnen journalisten, wetenschappers en andere professionals er een klacht indienen als die niet tevreden zijn over de afhandeling van een informatieverzoek. Het college bemiddelt om tot een oplossing te komen. Bestuursorganen moeten daaraan meewerken.
5. Wie kan een Woo-verzoek indienen?
Iedereen kan een Woo-verzoek indienen: een natuurlijke persoon (een burger of journalist) of een rechtspersoon (bijvoorbeeld een stichting of vereniging). De verzoeker hoeft niet de Nederlandse nationaliteit te hebben of in Nederland te wonen. De verzoeker hoeft ook geen reden te geven voor het indienen van het informatieverzoek.
6. Hoe dien je een Woo-verzoek in?
Elke vraag om informatie te mogen ontvangen kan een Woo-verzoek zijn. De wet stelt geen vormvereisten aan het indienen van een Woo-verzoek; dat kan mondeling, schriftelijk of elektronisch. Het bestuursorgaan kan in dat laatste geval wel aangeven op welke wijze dat mogelijk is, bijvoorbeeld via een contactformulier of gericht aan een specifiek e-mailadres.
Wil je meer weten over de Woo? Bekijk dan de website van Open Overheid en ‘De Wet open overheid in 40 vragen’.




