Wat houdt het project in?
Ongeveer 1 op de 3 mensen die financieel onder het bestaansminimum zit, krijgt niet de hulp waar ze recht op hebben. Dit komt vaak omdat ze niet weten dat ze recht hebben op die ondersteuning, of omdat het aanvraagproces te ingewikkeld is. Voor elke regeling moeten de juiste documenten bij het juiste ‘loket’ worden ingediend. Dit hoge percentage niet-gebruik is dramatisch voor de inwoners in kwestie en is ook een groot maatschappelijk probleem. Door de informatie van de overheid op een verantwoorde manier te gebruiken kunnen mensen die recht hebben op een regeling actief benaderd worden. Zo kunnen zij in gesprek en de mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning bespreken.
Wat is het resultaat
Gerichte aandacht voor de juridische noodzaak om tot een wetsaanpassing te komen om proactieve dienstverlening mogelijk te maken. Ook is het resultaat dat zichtbaar is gemaakt in o.a. fieldlabs, dat een verantwoorde bevraging van data gerealiseerd kan worden om te toetsen of iemand rechthebbend is op een voorziening, zonder dat data daadwerkelijk gedeeld worden.
Welk probleem is hiermee opgelost?
Technisch is het probleem van gegevensdeling of gegevensoverdracht hiermee opgelost. In de praktijk mag dit nog niet helpen tot proactieve dienstverlening op het gebied van inkomensondersteuning. Dit komt doordat de juridische grondslag nog niet geregeld is.
Hoe is het project aangepakt?
In eerste instantie had de projectgroep de focus op het bepalen van de benodigde dataset. Daarnaast werd beoordeeld of de dataset voldoende betrouwbaar was om mensen op grond hiervan te benaderen voor een gesprek. Al snel bleek dat de juridische basis ontbrak. De projectleider is langs gegaan bij verschillende gremia om een pilot te starten voor dit project. Dat heeft wel een duw in de rug gegeven voor de (voorgenomen) wet proactieve dienstverlening. Helaas heeft dit in de looptijd van het project niet tot de benodigde juridische ruimte geleid om de pilot ook daadwerkelijk uit te voeren.
Waarom is het project een succes?
In een fieldlab setting is aangetoond dat er met API’s en zónder het verplaatsen of kopiëren van data verschillende vormen van proactieve dienstverlening mogelijk maken. Daarbij waren veel uitvoeringsorganisaties betrokken. De bottleneck zit uitsluitend in de wetgeving. Ik kan niet meetbaar maken wat de effort heeft opgeleverd om te komen tot nieuwe wetgeving/juridische ruimte voor proactieve dienstverlening, maar ik hoop dat het een bijdrage heeft geleverd.
Wat is er innovatief aan dit project?
Het gebruik van bestaande data om niet gebruik van regelingen terug te dringen tot het bewust gekozen niet-gebruik is op verantwoorde manier mogelijk. Daarmee kan de overheid haar aanzien/reputatie bijstellen van vaak vooral ‘handhaver’ naar ‘wij zijn van en voor iedereen”.
Wat zijn de geleerde lessen?
Ik denk dat ik eerder had moeten bijsturen op het juridische obstakel en daar wellicht meer expertise op moeten mobiliseren.
Wat is de vervolgstap?
Na het invoeren en hopelijk verbreden van de wet proactieve dienstverlening zal in het programma Common Ground een voor alle gemeenten bruikbare blok ‘rekenregels’ worden gemaakt waarmee een ook zonder aanvraag kan vaststellen of iemand rechthebbend is op een door de gemeente verstrekte regeling.