De internationale beheerder van topleveldomeinen, ICANN, start in april 2026 met een aanvraagronde voor nieuwe generieke topleveldomeinen (gTLD’s). Het bekendste topleveldomein (TLD) in Nederland is ‘.nl’. Een TLD is de lettercombinatie na de laatste punt in een domeinnaam.
Een generiek topleveldomein (gTLD) is een domein dat niet-landgebonden is en in principe door iedereen gebruikt kan worden. Denk aan ‘.org’, ‘.net’, ‘.info’ en ‘.com’. Sinds 2012 staat de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) ook gTLD’s toe die bedoeld zijn voor organisaties die een band met een specifieke stad, regio of opgave willen benadrukken. Bijvoorbeeld vanuit marketingoverwegingen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert medeoverheden geen aanvraag te doen voor een eigen generieke topleveldomein. Dit vanuit de inzet op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en het streven naar een herkenbare digitale overheid vanuit de 1 overheidsgedachte.
Specifiek voor organisaties binnen de Rijksoverheid geldt dat zij zijn gehouden aan het domeinnaambeleid van de Rijksoverheid (zie https://domeinnaambeleid.nl/). De Rijksoverheidsorganisaties hanteren in principe 1 topleveldomein, namelijk het al bestaande TLD ‘.nl’ de officiële landenextensie (ccTLD) van Nederland. Naast een risico op wildgroei kleven er andere bezwaren aan het invoeren van nieuwe gTLD’s. De aanvraag is duur en implementatie en beheer zijn erg complex.
Achtergrond
Domeinnamen spelen een cruciale rol op het internet. Het zijn de herkenbare en makkelijk te onthouden namen van bijvoorbeeld websites en webloketten. Ze worden ook gebruikt in e-mailadressen. Ook voor de overheid zijn domeinnamen belangrijk. Het zijn de wegwijzers voor burgers naar de digitale overheid.
Bij de vorige aanvraagronde van ICANN in 2012 zijn door enkele overheden nieuwe gTLD’s aangevraagd. Een voorbeeld hiervan is ‘.politie’. Mede op basis van de ervaringen van de vorige aanvraagronde worden overheden nu – in 2026 – dringend geadviseerd geen aanvraag te doen voor een nieuw topleveldomein. Dit op basis van de volgende 7 overwegingen:
1. Herkenbaarheid. Een eigen topleveldomein van een overheidsorganisatie draagt niet bij aan de herkenbaarheid van de digitale overheid. Door de verdere versnippering van overheidsdomeinnamen wordt het voor burgers nog complexer om de overheid op het internet te vinden en te herkennen. De (herkenbare) overheid wordt als een betrouwbare afzender gezien; iets om zuinig op te zijn.
2. 1 overheid. De 1 overheidsgedachte is het antwoord op de vele webloketten van de diverse overheidsinstanties waar mensen moeten aankloppen. Hier moet een einde aan komen. Het mag niet uitmaken waar je aanklopt, je krijgt altijd (het goede) antwoord. Ook dit is onderdeel van de NDS. Nieuwe topleveldomeinen dragen niet bij aan de doelen van de NDS. Sterker nog: door het gebruik van eigen gTLD’s drijft de overheid verder af van de 1 overheidsgedachte. Deze versnippering zit in de weg om de weerbaarheid te versterken, dienstverlening te verbeteren, te versnellen en kwaliteit te borgen.
3. Uniforme domeinnaamextensie. Op dit moment loopt een verkenning naar een uniforme second-level domeinnaam of suffix (.gov.nl dan wel overheid.nl) als uniforme oplossing om de herkenbaarheid van Nederlandse overheidsdomeinen te vergroten.
4. Kosten. Het aanvragen, inrichten en onderhouden van een eigen gTLD is erg kostbaar. Naast de initiële aanvraagkosten moet jaarlijks betaald blijven worden voor het behoud van de gTLD. Daarboven komen nog de kosten van de (uitbestede) techniek. De administratieve kosten voor een aanvraag bij ICANN bedragen minimaal 227.000 USD. Na toewijzing zijn de jaarlijkse kosten aan ICANN 25.000 USD. Deze kosten zijn exclusief de kosten voor het technisch in stand houden van de domeinnaam via een (door ICANN geaccrediteerde) ‘Registry Service Provider’ en andere bijkomende kosten voor de invoer, beheer en promotie.
5. Complexiteit. De technische eisen aan het onderhouden van een gTLD zijn complex en hoogwaardig. Er is veel vakkennis nodig om een gTLD technisch juist in te regelen zodat deze voldoet aan wet- en regelgeving en moderne internetstandaarden. Deze diensten kunnen maar door een beperkt aantal (geaccrediteerde) aanbieders geleverd worden. Voor overheidsorganisaties is het praktisch onmogelijk om die kennis zelf op te bouwen.
6. Levensduur. Een gTLD wordt initieel toegekend door ICANN voor een periode van 10 jaar, met als uitgangspunt automatische verlengingen. Een gTLD is daarom ‘voor eeuwig’ en de operationele kosten voor (technisch) beheer zijn daarmee ook voortdurend.
7. Continuïteit. Een gTLD stelt hoge eisen aan de continuïteit van de bedrijfsvoering. Een faillissement of overname van de partij die het gTLD beheert, kan ertoe leiden dat zeggenschap over het gTLD in handen komt van een andere partij. De betreffende organisatie loopt dan risico niet meer te kunnen beschikken over het eigen gTLD én onderliggende domeinen waardoor deze onbereikbaar wordt op internet.




