
Data is geen apart IT-thema, maar een randvoorwaarde voor vrijwel alles wat de overheid doet. Van dienstverlening en AI tot cloud, veiligheid en samenwerking tussen organisaties.
Volgens René Steenvoorden, voorzitter van het aanjaagteam voor deze NDS-prioriteit, begint goede dienstverlening uiteindelijk altijd bij goede gegevens. “Met elkaar goede dienstverlening leveren, begint met de juiste informatie. Anders gaan berekeningen verkeerd of wordt er niet gehandeld op basis van de juiste situatie.”
Alles draait om data
Steenvoorden werkt inmiddels ruim 30 jaar in het IT-vak en is sinds enkele jaren bij UWV verantwoordelijk voor onder meer IT, data en gegevensleveringen. Vanuit die achtergrond ziet hij dagelijks hoe essentieel data is voor het functioneren van de overheid. “Data komt altijd weer terug. Of je nu praat over dienstverlening, AI, cloud of weerbaarheid.”
Volgens hem is dat ook precies waarom deze prioriteit zo’n centrale plek heeft binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). “Bij AI draait het bijvoorbeeld om de vraag of je modellen traint met de juiste data. Bij cloud gaat het over hoe je data behandelt, opslaat en beschermt. En als je praat over soevereiniteit en weerbaarheid, dan gaat het uiteindelijk ook weer over controle over data.”
De basis voor betere dienstverlening
De maatschappelijke relevantie van dit onderwerp zit volgens Steenvoorden vooral in de manier waarop burgers en ondernemers de overheid ervaren. Burgers kijken naar de overheid als 1 organisatie. In de praktijk werken organisaties en systemen echter nog vaak langs elkaar heen.
“Een burger verwacht dat als je informatie ergens 1 keer hebt opgegeven, die ergens anders ook beschikbaar is. En dat je niet opnieuw je hele verhaal hoeft te vertellen als je van de ene organisatie naar de andere gaat.”
Hij noemt als voorbeeld mensen met complexe schulden- of geldproblemen, die soms met meerdere overheidsorganisaties tegelijk te maken hebben. “Dan moet iemand vaak opnieuw uitleggen wat er aan de hand is. Terwijl daar vaak veel schaamte omheen zit. Gegevensdeling beter organiseren, uiteraard veilig en binnen de privacykaders, kan burgers enorm helpen.”
Ook ondernemers merken volgens hem dagelijks de gevolgen van versnipperde gegevensuitwisseling. “Werkgevers hebben te maken met veel loketten, rapportages en verplichtingen die onvoldoende met elkaar ‘praten’. Zeker voor kleinere ondernemers is dat ingewikkeld. Daar valt nog veel winst te behalen.”
Veel gebeurt al, maar samenhang ontbreekt soms
Volgens Steenvoorden gebeurt er al veel op het gebied van data en gegevensdeling. Hij noemt onder meer de Wet proactieve dienstverlening, die het eenvoudiger moet maken om mensen actief te helpen bij regelingen waar zij recht op hebben. “Er zijn nog steeds veel burgers die niet gebruikmaken van regelingen waar ze wel recht op hebben. Terwijl die regelingen juist bedoeld zijn om mensen te helpen.”
Tegelijkertijd ziet hij dat veel initiatieven nog versnipperd zijn. “Iedereen probeert het goede te doen, maar organisaties maken soms eigen keuzes in systemen, standaarden of inrichting. Daardoor ontstaan verschillen die samenwerking ingewikkelder maken. Het programma IBDS helpt om overheidsbrede kaders, best practices en ondersteuning te bieden.”
Hij vergelijkt het met speelgoed dat niet op elkaar aansluit. “Ik vergelijk het vaak met LEGO-steentjes. Als we allemaal dezelfde standaarden gebruiken, kun je dingen op elkaar klikken. Maar als de één met LEGO werkt, de ander met Playmobil en een derde met iets anders, dan werkt het moeilijk samen.”
Volgens Steenvoorden vraagt dat niet alleen om technische afspraken, maar ook om bestuurlijke aandacht. “Architectuurkeuzes worden bijvoorbeeld vaak op vrij operationeel niveau gemaakt, terwijl ze enorme gevolgen kunnen hebben voor gegevensdeling en hergebruik. Daar moeten bestuurders zich bewuster van zijn.”
Gegevensdeling blijft ingewikkeld
Binnen de prioriteit Data staan 3 inhoudelijke pijlers centraal: knelpunten gegevensdeling, datavolwassenheid en het Federatief Datastelsel (FDS).
Knelpunten rondom gegevensdeling blijven volgens Steenvoorden ingewikkeld omdat technische, juridische en organisatorische vraagstukken voortdurend door elkaar lopen. “Vanuit privacy en AVG kiezen organisaties vaak voor de meest veilige of minst risicovolle route. Dat begrijp ik goed, maar voor burgers en werkgevers pakt dat niet altijd goed uit. Meer bestuurlijke dapperheid en risicoacceptatie kan hierbij zeer helpen.”
Ook financiering speelt een rol. De organisatie die investeert in betere gegevensdeling is niet altijd dezelfde organisatie die daar uiteindelijk de voordelen van merkt. “Als jij een basisregistratie beter beschikbaar maakt voor anderen, dan kost jou dat geld en capaciteit. Terwijl de baten vooral bij andere organisaties liggen die de data gebruiken. Dat soort vraagstukken moeten we samen oplossen.”
Datavolwassenheid: van praten naar praktische hulp
Een belangrijk doel van het aanjaagteam is om organisaties niet alleen bewust te maken van het belang van data, maar vooral ook praktische ondersteuning te bieden.
Een voorbeeld daarvan is de Beslishulp Datavolwassenheid. Die helpt organisaties om beter inzicht te krijgen in de kwaliteit, organisatie en inzet van hun data. “Het gaat bijvoorbeeld over de vraag: weet je welke data je hebt, wie daarvoor verantwoordelijk is en of die data actueel en eenduidig is?”
Steenvoorden noemt als voorbeeld de provincie Zuid-Holland, waar de beslishulp wordt gebruikt rond omgevingsbeleid. “Daar komen enorm veel thema’s samen, van waterkwaliteit tot woningbouw. Dan helpt het als je gestructureerd inzicht krijgt in welke informatie je nodig hebt en welke kwaliteit die moet hebben.”
Volgens hem is het belangrijk dat dit soort instrumenten vooral praktisch blijven. “Je probeert organisaties te helpen om keuzes te maken. Waar zitten de grootste risico’s? Waar liggen de grootste baten? Wat kun je leren van anderen?”
Federatief Datastelsel als gezamenlijke basis
De derde belangrijke pijler binnen deze prioriteit is het Federatief Datastelsel (FDS). Daarbij blijft data zoveel mogelijk bij de bron, terwijl organisaties gegevens veilig en gestandaardiseerd kunnen delen.
Steenvoorden benadrukt de belangrijke voordelen hiervan. “Het is veiliger om data bij de bron te houden dan overal kopieën van gegevens te hebben. Dat verkleint risico’s rondom privacy, fouten en beveiliging.”
Daarnaast helpt het FDS organisaties om beter om te gaan met de groeiende hoeveelheid wet- en regelgeving. “Wanneer je de standaarden en afspraken van het FDS volgt, weet je dat je veel zaken op een goede en consistente manier organiseert. Zeker met alle ontwikkelingen rond informatiebeveiliging en Europese regelgeving is dat belangrijk.”
Concrete voorbeelden en zichtbare mijlpalen rond het FDS worden momenteel verder uitgewerkt binnen het aanjaagteam. Die moeten laten zien hoe deze aanpak organisaties daadwerkelijk helpt bij gegevensdeling en samenwerking.
Urgentie neemt toe
Volgens Steenvoorden is de urgentie van deze prioriteit de afgelopen jaren sterk toegenomen, mede door ontwikkelingen rond Cloud, AI en cybersecurity. “Aanvallers kunnen met AI veel sneller opereren dan vroeger. Daardoor moeten we veel beter weten welke data we hebben, welke data kritisch is, waar we die opslaan en hoe we die beschermen.”
Hij wijst op recente incidenten bij organisaties als Odido en ChipSoft. “Kwetsbaarheid kan iedereen overkomen. Daarom kunnen we dit onderwerp niet vooruit blijven schuiven. Het beschermen van data is uiterst urgent.”
Geen geïsoleerd thema
De belangrijkste boodschap van deze prioriteit is volgens Steenvoorden dat data geen losstaand onderwerp is. “De kracht van de NDS is juist dat we data verbinden met andere thema’s zoals AI, cloud en dienstverlening. We moeten dit niet als een geïsoleerd thema behandelen.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat organisaties er niet alleen voor staan. “Er is veel praktische hulp beschikbaar, bijvoorbeeld via realisatieibds.nl. Zoek die ook op. Kom naar bijeenkomsten, kijk naar wat er al is ontwikkeld en leer van elkaar.”
Want uiteindelijk draait het volgens hem om de maatschappelijke waarde van betere gegevensdeling en samenwerking. “Daar doen we het voor. Voor betere dienstverlening aan burgers, ondernemers en de overheid zelf.”



