
De commissie voor Digitalisering van de Eerste Kamer is door experts bijgepraat over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Op 3 februari 2026 deelden deskundigen uit de wetenschap en bij uitvoeringsorganisaties en belangenorganisaties hun ideeën over de voorwaarden, knelpunten en risico’s van de NDS. Hoe kan de NDS effectief zijn? En wat vraagt de NDS van de Eerste Kamer?
Experts deelden hun visie en de senatoren stelden hun vragen. Bijvoorbeeld over aanbestedingsprocedures en de rol van de Eerste Kamer bij digitale uitvoeringstoetsen. En over de uitvoering van de NDS bij gemeenten en hoe grondrechten beschermd blijven.
Kan het efficiënter?
Frank Robben van de Belgische Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid liet zien hoe de overheid efficiënter kan werken door bijvoorbeeld brongegevens decentraal te beheren. Het model leidt volgens Robben tot betrouwbare, gebruiksvriendelijke en privacy‑conforme dienstverlening.
Bram Klievink van de Universiteit Leiden stelde dat digitalisering inmiddels de ruggengraat vormt van overheidsbeleid. De effectiviteit van de NDS hangt volgens hem af van hoe de overheid omgaat met 3 structurele spanningen:
- tussen centrale sturing en decentrale uitvoering;
- tussen vernieuwingsambities en verouderde IT‑systemen;
- tussen beleid en de weerbarstige praktijk.
Klievink pleitte niet voor nieuwe structuren, maar voor realistische keuzes, aandacht voor uitvoerbaarheid en duidelijke prioriteiten.
Grondrechten centraal
Ook Rick Lawson van het College voor de Rechten van de Mens kwam aan het woord. Hij steunt de NDS, maar onderstreepte ook dat grondrechten vanaf het begin centraal moeten staan. Ook waarschuwde Lawson dat Europese digitaliseringsregels niet mogen worden afgezwakt onder het mom van innovatie.
Volgens voorzitter van de NDS-Raad Nathan Ducastel vraagt de NDS om minder vrijblijvendheid en meer standaardisatie. Verder benadrukte hij de rol van de Eerste Kamer, bijvoorbeeld bij de invoering van generieke standaarden en digitale toetsen bij nieuwe wetgeving.



