Bedrijven die opdrachten uitvoeren voor de Rijksoverheid of politie moeten soms aan extra beveiligingseisen voldoen. Dat geldt voor opdrachten met risico’s voor de nationale veiligheid. Deze eisen staan in de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO). Maar wat houden die precies in en voor wie gelden ze?
De ABRO geldt voor ‘bijzondere opdrachten’ met risico’s voor de nationale veiligheid. Denk aan wapensystemen voor Defensie, ICT-diensten of situaties waarin personen toegang krijgen tot gevoelige informatie. Zodra Defensie start met de ABRO, past het de eisen toe op nieuwe contracten. Voor lopende contracten van Defensie blijven de Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten (ABDO) gelden.
4 beveiligingsniveaus
De ABRO heeft 4 niveaus van ‘te beschermen belangen’. Van departementaal vertrouwelijk (niveau 4) tot staatsgeheimen (niveau 1). Per beveiligingsniveau beschrijft de ABRO welke eisen gelden. Op de meeste opdrachten is niveau 4 van toepassing. Deze heeft minder zware eisen dan niveau 1, 2 en 3. Vaak zijn de niveau 4-eisen gebaseerd op marktstandaarden die voor veel bedrijven al bekend zijn.
Regels en afspraken ABRO
Het kabinet wil dat andere overheidsorganisaties en bedrijven ook de ABRO invoeren. Bijvoorbeeld zelfstandig bestuursorganen, provincies, gemeenten, waterschappen en energiebedrijven. Bij de ABRO horen de volgende afspraken:
- Het Kaderbesluit ABRO rijksdienst geldt voor ministeries, hun diensten en agentschappen. Hierin staan de stappen die een ministerie moet zetten bij inkooprisico’s voor de nationale veiligheid.
- Met de politie is een convenant gesloten over de toepassing van het Kaderbesluit ABRO rijksdienst.
Meer informatie vind je op Rijksoverheid.nl/ABRO. Of bekijk onderstaande video.
Video: ABRO in het kort
Deze animatievideo van de Rijksoverheid geeft uitleg over de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten, de ABRO. De animatie visualiseert de tekst van de voice-over.
Beeldtitel:
ABRO in het kort:
wat u moet weten
VOICE-OVER: "De overheid is één van de grootste opdrachtgevers van Nederland. Bij overheidsopdrachten die risico's met zich meebrengen voor de nationale veiligheid, is het extra belangrijk dat de beveiliging van de onderneming goed geregeld is. Door passende beveiligingsmaatregelen te treffen, worden de risico's van bijvoorbeeld cyberaanvallen en spionage verkleind.
Daarom gelden er bij dit soort opdrachten beveiligingseisen voor ondernemingen. Deze eisen zijn opgenomen in de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten, of kort de ABRO.
De ABRO gaat gelden voor alle inkoopopdrachten met risico's voor de nationale veiligheid van de Rijksoverheid en de politie.
Voordat een opdrachtgever een opdracht in de markt zet, onderzoekt de opdrachtgever of de opdracht risico's voor de nationale veiligheid met zich meebrengt. Bijvoorbeeld omdat er gevoelige informatie wordt gedeeld met de onderneming.
Blijken er risico's voor de nationale veiligheid, dan gelden de ABRO-eisen. Het Nationaal Bureau Industrieveiligheid, het NBIV, onderzoekt dan – voorafgaand aan de opdracht – of de onderneming aan die eisen voldoet. Daarbij kijken ze naar bestuur, organisatie en personeel van de onderneming.
Afhankelijk van de aard van de opdracht onderzoekt het NBIV ook hoe de onderneming de fysieke én digitale beveiliging van de opdracht heeft ingericht.
Als de onderneming aan de eisen voldoet, wordt de ABRO-verklaring afgegeven en kan de opdracht starten.
Dankzij de ABRO worden Nederlandse ondernemingen én de samenleving weerbaarder. En, ondernemingen werken bij alle opdrachten van de Rijksoverheid en politie met dezelfde beveiligingseisen.
Wil je meer weten over de ABRO? Kijk dan op de website."
Het logo van de Rijksoverheid verschijnt in beeld.
Beeldtekst:
Meer weten?
Kijk op Rijksoverheid.nl/ABRO



