Nederlanders zijn in vergelijking met inwoners van andere Europese landen relatief digitaal vaardig. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschikte in 2025 84% van de Nederlanders tussen 16 en 75 jaar over ten minste digitale basisvaardigheden. Daarmee is Nederland EU-koploper (Eurostat). Hier staat tegenover dat digitalisering in Nederland relatief vergevorderd is. De gevolgen van het hebben van onvoldoende digitale vaardigheden zijn hierdoor groter.
Digitale vaardigheden en sociale ongelijkheid
Uit onderzoek van Universiteit Twente blijkt dat digitalisering bestaande ongelijkheid kan versterken. Ouderen, laagopgeleiden, mensen met een lager inkomen, laaggeletterden en in mindere mate vrouwen profiteren minder van de kansen van digitalisering. Zonder ingrijpen kan digitalisering kortom toch al benadeelde mensen verder op achterstand zetten. Daarom is het van belang om te investeren in digitale vaardigheden van deze groepen.
Ook mensen die digitaal vaardig zijn, moeten aan hun digitale vaardigheden (blijven) werken. Digitale technologie verandert immers voortdurend en daarmee veranderen ook de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen meekomen in de digitale samenleving. Daarom houden we in de gaten hoe het staat met digitale vaardigheden in Nederland en waar er actie nodig is, onder meer via onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.




